donderdag 20 september 2007

Les miracles de Paris, city of love

Zoals gezegd vertrok Julia donderdag naar Jena. Dezelfde vriendin die haar de afgelopen week bezocht en ik hadden haar opgestookt om haar laatste dag niet te gaan werken bij dezelfde familie die haar de deur uit heeft gezet. Dat zou betekenen dat ze tot acht uur 's avonds zou moeten werken en vervolgens direct weg zijn. Dat was naar onze mening belachelijk en dus ging Julia niet werken. Om half acht was ze bij mij omdat we samen naar haar toe zouden gaan; ze wilde niet alleen om gezeur te voorkomen en bovendien had ze erg veel begage. Uiteraard had ze 's morgens nog een brief ontvangen dat ze minimaal vier aan het schoonmaken van haar kamer van 8 m2 diende te besteden. De vier uur waren twee uur, maar mevrouw kwam het helemaal inspecteren en echt haar vinger overal langshalen. Nee hier en daar lag nog wat stof, dat moest nog weg. Slecht als ik ben, heb ik Julia weer opgestookt; mevrouw kwam toch niet nog een keer. De kamer zag er netjes schoon uit en Stefan (Julia's ex) zat met z'n quiche te wachten. Dus pakten wij de koffers en vertrokken met de tram naar Stefan.
Uiteraard waren wij niet de enigen die met de tram gingen; vlakbij ons stonden een tweetal heren in pak, die een paar haltes eerder uitstapten. Eén van hen zei bij het uitstappen: "Bon courage, Julia". Haar naam stond op de koffer, maar een mooie laatste keer met de tram. Twee uur later stonden we met z'n vieren op Gare de l'Est, vanwaar de trein naar Frankfurt vertrok. Het afscheid was niet makkelijk, maar we zien elkaar snel weer. Verder bedacht ik dat afscheid bij de trein het mooiste is; je kunt met iemand mee tot de trein en blijven zwaaien tot je iemand niet meer ziet. Thuisgekomen, leek het ineens een beetje leger dan daarvoor ook al woonde ik hier al alleen.
Gisteren dus weer alleen op weg, naar museum Cognacq-Jay. Daar hebben ze dingen uit de 18de eeuw, en dat leek me leuk om te bekijken. 's Middags was het weer nog aardig en ik wilde nog foto's maken van de rozen in park Montsouris. Bij de rozen begon één van de tuinlieden een praatje en omdat ik aardig was, kreeg ik een roos. De roos staat nu uit te komen bij het raam in een beker water, want een vaasje heb ik niet voor 'm. Als ie uitgebloeit is, mag ie in een beetje aarde en hopelijk gaat ie dan wortel schieten.
Bij Cognacq-Jay ben ik vervolgens niet meer aangekomen; niet omdat ik na de verzorging van mijn roos niet meer weg ben gegaan, dat wel, maar omdat ik door doelloos rondlopen in de Marais bij het verkeerde museum uitkwam, namelijk bij Carnevalet. Daar wilde ik toch nog in, en dus ging ik daar maar naar binnen. De geschiedenis van Parijs wordt er weergegeven, door oude uithangborden, een aantal kamers zijn ingericht, zoals die van Marie-Antoinette in la tour du Temple, waar ze gevangen zat totdat ze in augustus 1793 overgeplaatst werd naar de Conciergerie. Er zijn maquettes van wijken en van de Bastille. Maar ook schilderijen en portretten van beroemde Parisiens uit het verleden. Ineens krijg je een beter beeld van hoe Parijs er een eeuw of twee eeuwen geleden uitzag, met modderstraten. De Champs-Elysées was erg groen; er voeren geen rondvaartboten op de Seine, maar vrachtboten die laadden en losten aan Quai de Rapée en bij de Pont St. Michel. Op de Pont au Change waren in de 18de eeuw huizen, die later gesloopt zijn. Bij Les Halles waren marktstalletjes en op de schilderijen van de Revolutie is op Champs de Mars nog geen Eiffeltoren te zien. Dingen die wel bekend zijn, maar die ineens veel meer beeld krijgen. Place Concorde is misschien wel het plein dat de meeste beelden gehad heeft; Louis XV, waarvan nog slechts een hand over is, omdat het beeld tijdens de Revolutie gesloopt is, Statu Liberté, de tombe van Rousseau heeft er gestaan voordat die in de jaren 1790 naar het Panthéon werd overgebracht, tijdens de Revolutie stond de guillotine er totdat uiteindelijk in 1836 de Obelisk er is geplaatst, die er nu nog staat. Het is vreemd om mensen rond te zien lopen op hetzelfde plein, waar je nu maar beter op groen licht kunt wachten vanwege de rondscheurende auto's.
De stad is in twee eeuwen enorm veranderd, maar toch zijn de schilderijen herkenbaar; het zuiden is altijd chic geweest, Notre Dame staat er al eeuwen, het beeld op Place Vendome staat er ook al eeuwen. Vele smalle straatjes zijn verdwenen tijdens het Tweede Keizerrijk en hebben plaats gemaakt voor de brede boulevards. Het vele groen langs de Champs-Elysées heeft moeten wijken voor grote winkels, hotels en restaurants. Platanen staan er nu op verantwoorde afstand van elkaar netjes in de rij. Vele kerken hebben de Revolutie niet overleeft en op Place Bastille staat nu een zuil die herinnert aan de revolutie van 1830. Het is leuk om te stad te zien veranderen vanaf het Ancien Régime bijna tot heden, zeker als de plaatsen bekend zijn, de namen bekend zijn en de tijdperken iets zeggen. Carnevalet wordt dus in het kader van de roadmap bezocht, aan het einde van de reis.

Geen opmerkingen: